Betekenis van:
wound

wound
Zelfstandig naamwoord
  • beschadigde plaats
  • the act of inflicting a wound

Synoniemen

Hyperoniemen

wound
Zelfstandig naamwoord
  • bij sport verwonden
  • an injury to living tissue (especially an injury involving a cut or break in the skin)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

wound
Zelfstandig naamwoord
  • verwonding van de huid
  • an injury to living tissue (especially an injury involving a cut or break in the skin)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

wound
Zelfstandig naamwoord
    • a figurative injury (to your feelings or pride)
    "he feared that mentioning it might reopen the wound"
    "deep in her breast lives the silent wound"

    Hyperoniemen

    wound
    Zelfstandig naamwoord
    • verwonding
    • the act of inflicting a wound

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    wound
    Zelfstandig naamwoord
      • a casualty to military personnel resulting from combat

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to wound
      Werkwoord
      • (iem.) pijnlijk treffen in zijn eergevoel
      • hurt the feelings of

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to wound
      Werkwoord
      • een deuk maken in
      • cause injuries or bodily harm to

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to wound
      Werkwoord
      • kwetsen; krenken
      • cause injuries or bodily harm to

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to wound
      Werkwoord
      • blesseren
      • cause injuries or bodily harm to

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to wound
      Werkwoord
      • grieven, krenken, steken, kwetsen
      • hurt the feelings of

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      wound
      Bijvoeglijk naamwoord
        • put in a coil

        Werkwoord