Betekenis van:
aanmaken

aanmaken
Werkwoord
  • doen branden of ontvlammen
"een vuur aanmaken"
"de kachel aanmaken"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanmaken
Werkwoord
  • een voorraad produceren
"chemische wapens aanmaken"
"hormonen aanmaken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanmaken
Werkwoord
  • toebereiden
"sla aanmaken"

Hyperoniemen

aanmaken
Werkwoord
  • een bepaalde substantie produceren
"Jonge mensen hebben veel eiwitten nodig, omdat ze veel nieuw weefsel aanmaken."
aanmaken
Werkwoord
  • een nieuw exemplaar van iets maken, voornamelijk op een computer
"Met deze wizard kun je snel een tabel aanmaken."
aanmaken
Werkwoord
  • doen ontbranden
"Hij ging voor ons het vuur aanmaken met hout."
aanmaken
Werkwoord
  • toebereiden
"een salade met een dressing aanmaken"