Betekenis van:
afsteken

afsteken
Werkwoord
  • doen ontbranden
"vuurwerk afsteken"

Hyperoniemen

afsteken
Werkwoord
  • door steken verwijderen
"een kalklaag (van een muur) afsteken"
"(heide)plaggen afsteken"

Hyperoniemen

afsteken
Werkwoord
  • (gelukwensen etc.) uitspreken
"een speech afsteken"
"een verhaal afsteken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

afsteken
Werkwoord
  • in een andere richting steken
"van jezelf afsteken"

Hyperoniemen

afsteken
Werkwoord
  • door insteken van bijvoorbeeld een spade een hoeveelheid materiaal verwijderen
"Hij heeft de rand van het perkje keurig afgestoken."
afsteken
Werkwoord
  • een groot contrast geven
"Die kleur stak sterk af bij de achtergrond."
afsteken
Werkwoord
  • doen ontbranden
"Hij wilde een lucifer afsteken, maar het was te winderig."
afsteken
Werkwoord
  • een redevoering, zang of preek ten gehore brengen
"Hij begon een scheldpartij af te steken, maar de voorzitter belette hem dat."
afsteken
Werkwoord
  • ergens heen varen

Synoniemen

Hyperoniemen