Betekenis van:
groeien

groeien
Werkwoord
  • groter worden
"De economie is de laatste tijd weer een beetje gegroeid."
groeien
Werkwoord
  • groter worden, groeien van planten; (van gewassen) tot wasdom komen
"er groeit niets dan onkruid in mijn tuin"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

groeien
Werkwoord
  • (van levende wezens en hun organen) in grootte toenemen
"zijn baard laten groeien"
"kinderen groeien"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord