Betekenis van:
kennen

Werkwoord

kennen
door studie of oefening geleerd hebben
"Ik ken de leerstof grondig genoeg."
kennen
bekend, vertrouwd zijn met
"Ken je de nieuwe overburen al?"
kennen
vertrouwd zijn met
"geen gevaar kennen"
"iemand van gezicht kennen"

Hyperoniemen

kennen
''het wel moeten ~'': vaak ergens door getroffen worden
"Je hebt het de laatste maanden wel moeten kennen, zeg! Eerst die ziekte, nu weer dat ongeluk!"
kennen
terugkennen; herkennen
"hem aan zijn manier van lopen kennen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord