Betekenis van:
weten

Werkwoord

weten
ergens kennis van hebben
"Hoe kun je dat nou weten als die stof nog nooit behandeld is?"
weten
meervoud tegenwoordige tijd van Nederlands|weten
"Wij weten erg veel."
weten
''~ te'': erin slagen
"Hij wist zijn vader zover te krijgen hem dat geld te geven."
weten
kennis hebben van
"wat niet weet wat niet deert"
"iets te weten komen (over iets)"

Hyperoniemen

weten
slagen in iets; gedaan krijgen
"[iets] weten te [doen]"

Synoniemen

Hyperoniemen

weten
toekomende tijd enkelvoud en meervoud van Nederlands|weten
"Jullie zullen het gaan weten..."
weten
de kracht of macht bezitten iets te doen
"ergens iets op weten"

Synoniemen

Hyperoniemen

weten
de samenhang doorzien in
"Zodra je weet wat het inhoudt kun je pas een keuze maken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord