Betekenis van:
kunnen

kunnen
Werkwoord
  • om een mogelijkheid uit te drukken
"dat kan zijn"

Hyperoniemen

kunnen
Werkwoord
  • in staat gesteld worden iets te doen
"dat kun je niet doen"
"je kunt gaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

kunnen
Werkwoord
  • in staat zijn
"Je kunt daarover nog veel meer zeggen."
kunnen
Werkwoord
  • de kracht of macht bezitten iets te doen
"kunnen fietsen/schaatsen/zeilen"
"kunnen rekenen/lezen"

Synoniemen

Hyperoniemen

kunnen
Werkwoord
  • (''Limburg'') kennen.
kunnen
Bijvoeglijk naamwoord
  • denkbaar zijn; mogelijk zijn; mogelijk zijn
"het zou kunnen"
"het kan er (niet) af"

Synoniemen

Hyperoniemen

kunnen
Zelfstandig naamwoord
  • het kunnen; dat waartoe iem. of iets in staat is; vermogen; seksueel vermogen v.d. man

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord