Betekenis van:
lading

lading (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • hoeveelheid elektriciteit
"elementaire lading"
"iemand de volle lading geven"

Hyperoniemen

lading (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • gevoelswaar v.e. tekst
"een positieve/negatieve lading"
"zijn woorden een bepaalde/extra lading meegeven"

Hyperoniemen

lading (de ~ | meervoud ladingen)
Zelfstandig naamwoord
  • vracht
"de vlag dekt de lading niet"
"een explosieve/gevaarlijke/chemische/kostbare lading"

Synoniemen

Hyperoniemen

lading
Zelfstandig naamwoord
  • goederen die vervoerd worden
"Dat schip vervoert een lading staal."
lading
Zelfstandig naamwoord
  • een grote hoeveelheid
"In de sneeuwstorm viel er een lading sneeuw."
lading
Zelfstandig naamwoord
  • opeengehoopte elektriciteit
"Door wrijving ontstaat ionisatie en hoopt zich lading op."
lading
Zelfstandig naamwoord
  • de bijbetekenis die door een bepaald woord of een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt
"Het woord heks draagt een negatieve lading."
lading
Zelfstandig naamwoord
  • de explosieve inhoud van granaten en mijnen, of de munitie van vuurwapens
"De lading bestaat nu alleen nog maar uit conventionele granaten."
lading (de ~ | meervoud ladingen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote hoeveelheid
"een lading [huiswerk]"
"een lading [water/kritiek] over zich heen krijgen"

Synoniemen

Hyperoniemen

lading (de ~ | meervoud ladingen)
Zelfstandig naamwoord
  • munitie v.e. wapen

Hyperoniemen

Hyponiemen