Betekenis van:
schep

schep
Zelfstandig naamwoord
  • lepelvormig werktuig waarmee een hoeveelheid vast materiaal verplaatst kan worden
"Hij pakte een schep en haalde wat kolen uit het hok."
schep
Zelfstandig naamwoord
  • de hoeveelheid materiaal die men met 1 verplaatst
"Hij deed twee scheppen suiker in de koffie."
schep (de ~ | meervoud scheppen)
Zelfstandig naamwoord
  • gereedschap om mee te graven; gereedschap om mee te graven

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord