Betekenis van:
maag

maag (de ~ | meervoud magen)
Zelfstandig naamwoord
  • orgaan tussen slokdarm en dunne darm waarin het eten wordt verteerd
"ergens mee in je maag zitten"
"een goedgevulde/volle maag"

Hyperoniemen

Hyponiemen

maag
Zelfstandig naamwoord
  • ''Ventriculus'', een orgaan dat dient om voedsel te verteren
maag
Zelfstandig naamwoord
  • deel van de romp tussen middenrif en bekkengordel, waarin de ingewanden liggen

Synoniemen

Hyperoniemen

maag
Zelfstandig naamwoord
  • persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie uitmaakt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen