Betekenis van:
scheren

scheren
Werkwoord
  • haar afsnijden
"je baard scheren"
"zich scheren"

Hyperoniemen

Hyponiemen

scheren
Werkwoord
  • snel langs iets gaan
"rakelings over [het water/de huizen/...] scheren"
"rakelings langs [een auto] scheren"

Hyperoniemen

scheren
Werkwoord
  • met een schaar of mes de huid van haar ontdoen
"Hij schoor de schapen en verzamelde de wol."
scheren
Werkwoord
  • rakelings over een oppervlak bewegen
"De zwaluwen scheerden over het water van het meertje."
scheren
Werkwoord
  • ''zich ~'': zich de baard kort afsnijden

Werkwoord