Betekenis van:
plukken

plukken
Werkwoord
  • van plant of boom halen
"aardbeien plukken"
"bloemen plukken"

Synoniemen

Hyperoniemen

plukken
Werkwoord
  • de veren uittrekken
"een kip plukken"
"[iemand] plukken"

Hyperoniemen

plukken
Werkwoord
  • ''(bloemen)'' afbreken of oogsten
"Zij plukten een paar prachtige bloemen in hun tuin en brachten ze in de woonkamer."
plukken
Werkwoord
  • ontdoen van de veren
"Hij was de kip helemaal aan het plukken."
plukken
Werkwoord
  • iemand geld afzetten
"Pluk die vereniging niet zo leeg!"
plukken
Werkwoord
  • een door de lucht vliegende bal grijpen
"De doelman plukte de bal uit de lucht."
plukken
Werkwoord
  • trekken, peuteren

Hyperoniemen

plukken
Werkwoord
  • de door de lucht vliegende bal grijpen

Hyperoniemen

pluk (de ~ | meervoud plukken)
Zelfstandig naamwoord
  • het plukken

Hyperoniemen

pluk (de ~ | meervoud plukken)
Zelfstandig naamwoord
  • beetje v.e. groter iets afgehaald; bosje
"een plukje mensen"
"een pluk haar"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord