Betekenis van:
snijden

snijden
Werkwoord
  • pijnlijk aandoen
"een snijdende pijn"

Hyperoniemen

snijden
Werkwoord
  • (iets) met een mes e.d. vaneen scheiden
"iets in/aan stukken snijden"
"er moet in gesneden worden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

snijden
Werkwoord
  • uitsnijden
"een beeld uit hout snijden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

snijden
Werkwoord
  • (iem.) zo inhalen dat deze naar de kant van de weg gedrongen wordt
"een auto snijden"

Hyperoniemen

snijden
Werkwoord
  • zich verwonden met snijden
"in iets snijden"
"zich lelijk in de vingers snijden"

Hyperoniemen

snijden
Werkwoord
  • snijdbaar zijn
"het snijd makkelijk"

Hyperoniemen

snijden
Werkwoord
  • met een scherp voorwerp in stukken delen
"Met de broodzaag sneed hij twee dikke plakken vers brood."
snijden
Werkwoord
  • (van voorwerpen) een min of meer scherpe snede maken

Hyperoniemen

Werkwoord