Betekenis van:
sleep

sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • lange, loshangende achterkant v.e. japon
"de sleep van haar trouwjurk"

Hyperoniemen

sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • gesleepte auto
"iemand een sleep geven"
"iemand op sleep nemen"

Hyperoniemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
  • datgene wat gesleept wordt
"Hij had een sleepje om naar de garage te brengen."
sleep
Zelfstandig naamwoord
  • een lange voortzetting van een jurk of rok die over de grond sleept
"Haar bruidsjurk had een lange kanten sleep."
sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote drom mensen
"een sleep (van) hovelingen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord