Betekenis van:
slepen

slepen
Werkwoord
  • iets voorttrekken
"een schip naar de haven slepen"
"een auto slepen"

Hyperoniemen

slepen
Werkwoord
  • voortbewogen worden
"over de grond slepen"
"door het water slepen"

Hyperoniemen

slepen
Werkwoord
  • trekkend over de grond of het wateroppervlak verplaatsen
"De panter sleepte zijn prooi naar een boom en hees de antilope op een tak."
slepen
Werkwoord
  • ''zich ~'' moeizaam voortbewegen
"De verwonde voetganger sleepte zich naar de kant van de weg."
sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • lange, loshangende achterkant v.e. japon
"de sleep van haar trouwjurk"

Hyperoniemen

sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • gesleepte auto
"iemand een sleep geven"
"iemand op sleep nemen"

Hyperoniemen

sleep (de ~ | meervoud slepen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote drom mensen
"een sleep (van) hovelingen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord