Betekenis van:
slikken

slikken
Werkwoord
  • de mondinhoud de slokdarm doen afdalen
"Hij slikte veel vitaminetabletten."
slikken
Werkwoord
  • ''overdrachtelijk'': iets lijdzaam aanvaarden
"Hij heeft deze vernedering zonder meer geslikt."
slikken
Werkwoord
  • inslikken; naar binnen slikken; in je maag brengen
"even moeten slikken"
"pijn hebben bij het slikken"

Synoniemen

Hyperoniemen

slikken
Werkwoord
  • zich erin schikken het genoemde te ondergaan
"slikken of stikken"
"iets voor zoete koek slikken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord