Vertaling van bit

Inhoud:

Engels
Nederlands
bit, lump, piece {zn.}
stukje [o]
brok [o]
bonk  [m]
eindje [o]
homp
Please fetch me a piece of paper.
Breng mij een stukje papier a.u.b.
Can I offer you another piece of cake?
Mag ik u nog een stukje gebak aanbieden?
bit, wreckage {zn.}
brokstuk
bit, little {zn.}
beetje  [m]
kneepje [o]
snufje [o]
Turn up the radio a little bit.
Zet de radio een beetje harder.
It's a bit greasy.
Het is een beetje vettig.
bit {zn.}
baard  [m]
bit {zn.}
bit
to bite {ww.}
bijten 
beitsen
happen
knauwen

I bit
you bit
he/she/it bit

ik beet
jij beet
hij/zij/het beet
» meer vervoegingen van bijten

Barking dogs don't always bite.
Blaffende honden bijten niet.
Tell her you like her. Don't be afraid. She won't bite you.
Zeg haar dat ge haar graag ziet. Heb geen schrik. Ze zal u niet bijten.
to bite, to prick, to sting {ww.}
steken

I bit
you bit
he/she/it bit

ik stak
jij stak
hij/zij/het stak
» meer vervoegingen van steken

to bite, to burn, to sting {ww.}
steken

I bit
you bit
he/she/it bit

ik stak
jij stak
hij/zij/het stak
» meer vervoegingen van steken

to bite, to burn, to sting {ww.}
snijden

I bit
you bit
he/she/it bit

ik sneed
jij sneed
hij/zij/het sneed
» meer vervoegingen van snijden

to bite, to seize with teeth {ww.}
bijten
happen

I bit
you bit
he/she/it bit

ik beet
jij beet
hij/zij/het beet
» meer vervoegingen van bijten

to bite, to prick, to sting {ww.}
doorbijten

I bit
you bit
he/she/it bit

ik beet door
jij beet door
hij/zij/het beet door
» meer vervoegingen van doorbijten


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He's a bit energetic.

Hij is nogal levendig.

It's a bit wobbly.

Het is een beetje wiebelig.

It's a bit greasy.

Het is een beetje vettig.

I'm a bit tired.

Ik ben een beetje moe.

I'm a bit confused.

Ik ben een beetje in de war.

Tom drinks quite a bit.

Tom drinkt aardig wat.

She felt a bit tired.

Ze voelde zich een beetje moe.

I guess it sounds a bit silly.

Ik denk dat dat een beetje raar klinkt.

They are not working even a bit.

Ze werken niet eens een beetje.

Turn up the radio a little bit.

Zet de radio een beetje harder.

If you do it a bit slower, it goes quicker.

Als je het wat langzamer doet, gaat het vlugger.

The dog that bit the child was caught soon after.

De hond die het kind had gebeten werd kort nadien gevangen.

Could you please speak a little bit more slowly?

Spreekt u alstublieft langzamer.

You've got a bit of a fever today, don't you?

Je hebt een klein beetje koorts vandaag, is het niet?

I don't want to lose my ideas, even though some of them are a bit extreme.

Ik wil mijn ideeën niet kwijtraken, zelfs als sommige ervan een beetje extreem zijn.


Gerelateerd aan bit

lump - piece - wreckage - little - bite - prick - sting - burn - seize with teethinjure - prick - feel - displace - process - bite