Vertaling van bother

Inhoud:

Engels
Nederlands
to bother, to disturb, to hinder, to trouble, to annoy, to encumber, to hassle, to irritate, to inconvenience, to hamper, to baffle {ww.}
storen
hinderen
belemmeren 
verstoren

I bother
you bother
we bother

ik stoor
jij stoort
wij storen
» meer vervoegingen van storen

Do not disturb.
Niet storen.
Nothing will hinder her study.
Niets zal haar studie hinderen.
to aim, to attempt, to endeavour, to try, to bother, to exert, to strain, to strive {ww.}
streven
zich inspannen
pogen

I bother
you bother
we bother

ik streef
jij streeft
wij streven
» meer vervoegingen van streven

I hope all but one of your dreams come true, so you always have something to strive for.
Ik hoop dat al je dromen uitkomen, op één na, zodat je steeds iets hebt om na te streven.
to bother, to discommode, to disoblige, to incommode, to inconvenience, to put out, to trouble {ww.}
inconveniëren

I bother
you bother
we bother

ik inconvenieer
jij inconvenieert
wij inconveniëren
» meer vervoegingen van inconveniëren

annoyance, bother, encumbrance, impediment, inconvenience {zn.}
hinderpaal
hinder 
gemaal
gezeur
hindernis [v]
bore, bother {zn.}
soeza
soesa
gedonder [o]
geduvel [o]
corvee [v]
trouble, annoyance, bother, hassle, inconvenience, irritant {zn.}
last
overlast
hinder 
gêne
verstoring [v]
storing [v]
stoornis [v]
to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
irriteren

I bother
you bother
we bother

ik irriteer
jij irriteert
wij irriteren
» meer vervoegingen van irriteren

to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
storen
ergeren
vallen

I bother
you bother
we bother

ik stoor
jij stoort
wij storen
» meer vervoegingen van storen

May I bother you for a moment?
Mag ik je een moment storen?
I will play Sudoku then instead of continuing to bother you.
Dan ga ik wel Sudoku spelen, in plaats van jou nog verder te storen.
to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
klieren
donderen
donderjagen
donderstenen
donderstralen
du(i)veljagen
duvelen
duveljagen
gallen
kloothannesen
lazerstralen
rotzooien
sodemieteren
vervelen
etteren
klooien
kloten

I bother
you bother
we bother

ik klier
jij kliert
wij klieren
» meer vervoegingen van klieren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Sorry to bother you.

Sorry dat ik je stoor.

May I bother you for a moment?

Mag ik je een moment storen?

Don't even bother, he'll win anyway.

Doe geen moeite, hij wint toch.

I saw you working and I didn't bother you.

Ik zag jullie werken en heb jullie niet gestoord.

It doesn't bother me to walk in the rain.

Het maakt me niet uit om in de regelen te wandelen.

I will play Sudoku then instead of continuing to bother you.

Dan ga ik wel Sudoku spelen, in plaats van jou nog verder te storen.


Gerelateerd aan bother

disturb - hinder - trouble - annoy - encumber - hassle - irritate - inconvenience - hamper - baffle - aim - attempt - endeavour - try - exertdisrupt - prick - experience - act