Vertaling van class

Inhoud:

Engels
Nederlands
class {zn.}
cursus
leergang
class, form {zn.}
klasse  [v]
klas
stand
class, division {zn.}
divisie [v] (de ~)
class, course, course of instruction, course of study {zn.}
cursusjaar [o] (het ~)
class, course, course of instruction, course of study {zn.}
judicium [o] (het ~)
class, course, form, grade {zn.}
promotie [v] (de ~)
class, year {zn.}
schooljaar [o] (het ~)
studiejaar [o] (het ~)
class {zn.}
klasse
class, social class, socio-economic class, stratum {zn.}
slag [o] (het ~)
class, social class, socio-economic class, stratum {zn.}
geleding [v] (de ~)
laag [m] (de ~)
klasse
class, course, course of instruction, course of study {zn.}
cursusboek [o] (het ~)
class, social class, socio-economic class, stratum {zn.}
stand [m] (de ~)
class, course, course of instruction, course of study {zn.}
studierichting [v] (de ~)
class, year {zn.}
klas [v] (de ~)
schoolklas [v] (de ~)
I'm the tallest one in the class.
Ik ben de langste van de klas.
There are forty students in our class.
Er zitten veertig leerlingen in onze klas.
class, course, course of instruction, course of study {zn.}
cursus [m] (de ~)
leergang [m] (de ~)
to assort, to class, to classify, to separate, to sort, to sort out {ww.}
uitsplitsen

class="vperson">I class
class="vperson">you class
class="vperson">we class

ik splits uit
jij splitst uit
wij splitsen uit
» meer vervoegingen van uitsplitsen

to assort, to class, to classify, to separate, to sort, to sort out {ww.}
rubriceren

class="vperson">I class
class="vperson">you class
class="vperson">we class

ik rubriceer
jij rubriceert
wij rubriceren
» meer vervoegingen van rubriceren

to assort, to class, to classify, to separate, to sort, to sort out {ww.}
indelen
groeperen

class="vperson">I class
class="vperson">you class
class="vperson">we class

ik deel in
jij deelt in
wij delen in
» meer vervoegingen van indelen

to assort, to class, to classify, to separate, to sort, to sort out {ww.}
classificeren

class="vperson">I class
class="vperson">you class
class="vperson">we class

ik classificeer
jij classificeert
wij classificeren
» meer vervoegingen van classificeren

to assort, to class, to classify, to separate, to sort, to sort out {ww.}
kwalificeren

class="vperson">I class
class="vperson">you class
class="vperson">we class

ik kwalificeer
jij kwalificeert
wij kwalificeren
» meer vervoegingen van kwalificeren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

There's no class today.

Vandaag is er geen les.

How was the French class?

Hoe was de Franse les?

The class start at ten.

De les begint om tien uur.

I'm the tallest one in the class.

Ik ben de langste van de klas.

I often play soccer after class.

Ik speel dikwijls voetbal na de les.

That was the end of the class.

Dit was het einde van de les.

There are forty students in our class.

Er zitten veertig leerlingen in onze klas.

We met in the American history class.

We hebben elkaar ontmoet in de les Amerikaanse geschiedenis

You never have class or what?!

Heb je nooit les of zo?

Our class consists of 40 boys.

Onze klas bestaat uit 40 jongens.

Tom heard Mary snoring in class.

Tom hoorde Mary in de les snurken.

Do we need to bring our dictionaries to class tomorrow?

Moeten we onze woordenboeken morgen meenemen naar de les?

How many boys are there in your class?

Hoeveel jongens zijn er in jullie klas?

There are about forty students in her class.

Er zitten ongeveer veertig studenten in haar klas.

No one in his class is faster than he is.

Niemand in zijn klas is sneller dan hij.