Vertaling van compass

Inhoud:

Engels
Nederlands
compass {zn.}
kompas  [o]
compass {zn.}
omvang
bereik [o] (het ~)
ambitus
compass {zn.}
passer [m] (de ~)
compass {zn.}
kompas [o] (het ~)
tuning-fork, diapason, compass {zn.}
stembereik
stemomvang
stemsleutel
stemvork
diapason
to apprehend, to compass, to comprehend, to dig, to get the picture, to grasp, to grok, to savvy {ww.}
aanvatten

I compass
you compass
we compass

ik vat aan
jij vat aan
wij vatten aan
» meer vervoegingen van aanvatten

to circumnavigate, to compass {ww.}
omvaren

I compass
you compass
we compass

ik vaar om
jij vaart om
wij varen om
» meer vervoegingen van omvaren

ambit, compass, orbit, range, reach, scope {zn.}
draagwijdte [v] (de ~)
reikwijdte [v] (de ~)
scope
raam [o] (het ~)
portee [v] (de ~)
ambit, compass, orbit, range, reach, scope {zn.}
bereik [o] (het ~)
meetgebied
frequentiebereik
Books are now within the reach of everybody.
Boeken liggen nu binnen ieders bereik.
ambit, compass, orbit, range, reach, scope {zn.}
toepassingsgebied