Vertaling van drop off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to drop {ww.}
afleggen 
opgeven
prijsgeven

I drop
you drop
we drop

ik leg af
jij legt af
wij leggen af
» meer vervoegingen van afleggen

to drop, to omit {ww.}
achterwege laten
weglaten

I drop
you drop
we drop

ik laat weg
jij laat weg
wij laten weg
» meer vervoegingen van weglaten

to drop, to fall, to lapse {ww.}
vallen 
afvallen 
neervallen
verschieten

I drop
you drop
we drop

ik val
jij valt
wij vallen
» meer vervoegingen van vallen

to drop, to parachute, to airdrop {ww.}
parachuteren

I drop
you drop
we drop

ik parachuteer
jij parachuteert
wij parachuteren
» meer vervoegingen van parachuteren

to drop, to overthrow, to down, to tackle {ww.}
kappen
vellen
neervellen
wippen

I drop
you drop
we drop

ik kap
jij kapt
wij kappen
» meer vervoegingen van kappen

to dismiss, to drop {ww.}
opzouten
seponeren
ter zijde leggen

I drop
you drop
we drop

ik zout op
jij zout op
wij zouten op
» meer vervoegingen van opzouten

to annul, to cancel, to drop, to lift, to negate, to nullify, to repeal, to rescind, to void, to abrogate, to abate {ww.}
afgelasten 
annuleren 
ontbinden
tenietdoen
terugnemen

I drop
you drop
we drop

ik gelast af
jij gelast af
wij gelasten af
» meer vervoegingen van afgelasten

to fall, to fall off, to tumble down, to decline, to drop {ww.}
afvallen 
afvallig worden
uitvallen

I drop
you drop
we drop

ik val af
jij valt af
wij vallen af
» meer vervoegingen van afvallen

to decrease, to diminish, to drop, to fall, to reduce, to shrink {ww.}
verflauwen
slinken
afnemen 
tanen
verminderen 

I drop
you drop
we drop

ik verflauw
jij verflauwt
wij verflauwen
» meer vervoegingen van verflauwen

to lower, to drop {ww.}
laten zakken
neerlaten
strijken
vellen

I drop
you drop
we drop

ik laat neer
jij laat neer
wij laten neer
» meer vervoegingen van neerlaten

to descend, to go down, to drop, to sink {ww.}
wegzakken
zakken
dalen 
verzakken
zinken 

I drop
you drop
we drop

ik zak weg
jij zakt weg
wij zakken weg
» meer vervoegingen van wegzakken

to drop off {ww.}
verlopen
to drop off, to fall back, to fall behind, to lose, to recede {ww.}
achteraankomen
achterblijven
to discharge, to drop, to drop off, to put down, to set down, to unload {ww.}
lossen
ontladen
uitladen
to discharge, to drop, to drop off, to put down, to set down, to unload {ww.}
afzetten
droppen
to drop away, to drop off, to fall away, to slip {ww.}
wegvallen

Gerelateerd aan drop off

drop - omit - fall - lapse - parachute - airdrop - overthrow - down - tackle - dismiss - annul - cancel - lift - negate - nullifydecline - develop - remove - conduct - disappear