Vertaling van fire off

Inhoud:

Engels
Nederlands
to fire, to shoot {ww.}
schieten
vuren
paffen

I fire
you fire
we fire

ik schiet
jij schiet
wij schieten
» meer vervoegingen van schieten

He was scared you would shoot him.
Hij was bang dat je op hem ging schieten.
to discharge, to fire, to fire off {ww.}
losbranden
afvuren

I fire
you fire
we fire

ik brand los
jij brandt los
wij branden los
» meer vervoegingen van losbranden

to discharge, to fire, to fire off, to let off {ww.}
afschieten
ontladen

I fire
you fire
we fire

ik schiet af
jij schiet af
wij schieten af
» meer vervoegingen van afschieten

to discharge, to dismiss, to fire, to sack, to oust, to remove, to expel {ww.}
ontslaan 
royeren
ontzetten

I fire
you fire
we fire

ik ontsla
jij ontslaat
wij ontslaan
» meer vervoegingen van ontslaan

They had to fire 300 men at the factory.
Ze moesten driehonderd mannen ontslaan in de fabriek.
to fan, to fire, to inspire, to stimulate, to stir up, to urge {ww.}
verlevendigen
aanwakkeren
aanzetten
aanvuren

I fire
you fire
we fire

ik wakker aan
jij wakkert aan
wij wakkeren aan
» meer vervoegingen van aanwakkeren

to cheer, to fire, to inspire, to stimulate {ww.}
aanvuren

I fire
you fire
we fire

ik vuur aan
jij vuurt aan
wij vuren aan
» meer vervoegingen van aanvuren

to elate, to fire {ww.}
in vervoering brengen
to discharge, to dismiss, to fire, to sack, to retrench, to ax, to give the sack {ww.}
ontslaan 
afmonsteren
afdanken 

I fire
you fire
we fire

ik ontsla
jij ontslaat
wij ontslaan
» meer vervoegingen van ontslaan


Gerelateerd aan fire off

fire - shoot - discharge - let off - dismiss - sack - oust - remove - expel - fan - inspire - stimulate - stir up - urge - cheer