Vertaling van install

Inhoud:

Engels
Nederlands
to install, to establish, to implement, to set {ww.}
fitten
installeren 
aanleggen 

I install
you install
we install

ik fit
jij fit
wij fitten
» meer vervoegingen van fitten

to install {ww.}
in dienst treden
een ambt aanvaarden
to invest, to appoint, to install {ww.}
beleggen 
investeren
inhuldigen

I install
you install
we install

ik beleg
jij belegt
wij beleggen
» meer vervoegingen van beleggen

He can invest a million yen in stocks.
Hij kan een miljoen yen beleggen.
to appoint, to install {ww.}
benoemen 
aanstellen

I install
you install
we install

ik benoem
jij benoemt
wij benoemen
» meer vervoegingen van benoemen

to instal, to install, to put in, to set up {ww.}
installeren

I install
you install
we install

ik installeer
jij installeert
wij installeren
» meer vervoegingen van installeren

to instal, to install {ww.}
plaatsen

I install
you install
we install

ik plaats
jij plaatst
wij plaatsen
» meer vervoegingen van plaatsen

to instal, to install {ww.}
installeren

I install
you install
we install

ik installeer
jij installeert
wij installeren
» meer vervoegingen van installeren

to establish, to instal, to install, to set up {ww.}
installeren

I install
you install
we install

ik installeer
jij installeert
wij installeren
» meer vervoegingen van installeren


Gerelateerd aan install

establish - implement - set - invest - appoint - instal - put in - set upfix - lay - employ - include - equip