Vertaling van lay waste to

Inhoud:

Engels
Nederlands
to waste, to dissipate {ww.}
verkwisten

I waste
you waste
we waste

ik verkwist
jij verkwist
wij verkwisten
» meer vervoegingen van verkwisten

to waste, to squander {ww.}
opmaken
verdoen
verklungelen
verkwisten
vermorsen
verspillen

I waste
you waste
we waste

ik maak op
jij maakt op
wij maken op
» meer vervoegingen van opmaken

to desolate, to devastate, to lay waste to, to ravage, to scourge, to waste {ww.}
brandschatten

I waste
you waste
we waste

ik brandschat
jij brandschat
wij brandschatten
» meer vervoegingen van brandschatten

to consume, to squander, to ware, to waste {ww.}
potverteren

they waste
he/she/it will waste
they will waste

zij potverteren
hij/zij/het zal potverteren
zij zult potverteren
» meer vervoegingen van potverteren

to emaciate, to macerate, to waste {ww.}
vermageren

I waste
you waste
we waste

ik vermager
jij vermagert
wij vermageren
» meer vervoegingen van vermageren

to blow, to squander, to waste {ww.}
verspillen
verkwanselen
verkwisten
vermorsen
doordraaien

I waste
you waste
we waste

ik verspil
jij verspilt
wij verspillen
» meer vervoegingen van verspillen

to rot, to waste {ww.}
vergooien

I waste
you waste
we waste

ik vergooi
jij vergooit
wij vergooien
» meer vervoegingen van vergooien

to rot, to waste {ww.}
bederven

I waste
you waste
we waste

ik bederf
jij bederft
wij bederven
» meer vervoegingen van bederven

to consume, to squander, to ware, to waste {ww.}
blowen

I waste
you waste
we waste

ik blow
jij blowt
wij blowen
» meer vervoegingen van blowen

to rot, to waste {ww.}
uitteren

I waste
you waste
we waste

ik teer uit
jij teert uit
wij teren uit
» meer vervoegingen van uitteren

to consume, to squander, to ware, to waste {ww.}
verbrassen
opsouperen

I waste
you waste
we waste

ik verbras
jij verbrast
wij verbrassen
» meer vervoegingen van verbrassen


Gerelateerd aan lay waste to

waste - dissipate - squander - desolate - devastate - ravage - scourge - consume - ware - emaciate - macerate - blow - rotbill - exhaust - alter - pass - injure - decompose - smoke - emaciate - blow