Vertaling van met
I met
you met
he/she/it met
ik ontmoette
jij ontmoette
hij/zij/het ontmoette
» meer vervoegingen van ontmoeten
I met
you met
he/she/it met
ik sprak af
jij sprak af
hij/zij/het sprak af
» meer vervoegingen van afspreken
elkaar tegenkomen
I met
you met
he/she/it met
ik kwam samen
jij kwam samen
hij/zij/het kwam samen
» meer vervoegingen van samenkomen
vergaderen
I met
you met
he/she/it met
ik vergaderde
jij vergaderde
hij/zij/het vergaderde
» meer vervoegingen van vergaderen
I met
you met
he/she/it met
ik voltrok
jij voltrok
hij/zij/het voltrok
» meer vervoegingen van voltrekken
komen halen
afhalen
I met
you met
he/she/it met
ik haalde op
jij haalde op
hij/zij/het haalde op
» meer vervoegingen van ophalen
Voorbeelden in zinsverband
Haven't we met before?
Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?
I met him once.
Ik heb hem een keer ontmoet.
I met Ken yesterday.
Ik heb Ken gisteren ontmoet.
I met your friend.
Ik heb uw vriend ontmoet.
I met the president himself.
Ik heb de president hemzelf ontmoet.
I met an old woman.
Ik kwam een oude vrouw tegen.
I met him by chance.
Toevallig ben ik hem tegengekomen.
I met an American girl.
Ik ontmoette een Amerikaans meisje.
I first met him three years ago.
Ik leerde hem drie jaar geleden kennen.
I'm glad I met you today.
Ik ben blij dat ik je vandaag ontmoet heb.
We met in the American history class.
We hebben elkaar ontmoet in de les Amerikaanse geschiedenis
I met some hikers on the mountain.
Ik ontmoette een aantal wandelaars op de berg.
I met her in the street.
Ik ben haar op straat tegengekomen.
I met a wolf in a dream.
Ik ontmoette een wolf in een droom.
Yesterday I met Mary on the street.
Gisteren heb ik Mary op de straat ontmoet.