Vertaling van nettle

Inhoud:

Engels
Nederlands
nettle, stinging-nettle {zn.}
netel
brandnetel  [v]
nettle {zn.}
brandnetel [m] (de ~)
to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
irriteren

I nettle
you nettle
we nettle

ik irriteer
jij irriteert
wij irriteren
» meer vervoegingen van irriteren

to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
ergeren
storen
vallen

I nettle
you nettle
we nettle

ik erger
jij ergert
wij ergeren
» meer vervoegingen van ergeren

to annoy, to bother, to chafe, to devil, to get at, to get to, to gravel, to irritate, to nark, to nettle, to rag, to rile, to vex {ww.}
vervelen
etteren
rotzooien
sodemieteren
kloothannesen
lazerstralen
duveljagen
donderen
du(i)veljagen
duvelen
donderstralen
donderstenen
donderjagen
klooien
gallen
kloten
klieren

I nettle
you nettle
we nettle

ik verveel
jij verveelt
wij vervelen
» meer vervoegingen van vervelen



Gerelateerd aan nettle

stinging-nettle - annoy - bother - chafe - devil - get at - get to - gravel - irritate - nark - rag - rile - vexweed - flora - prick - experience - act