Vertaling van open air

Inhoud:

Engels
Nederlands
open air {zn.}
buitenlucht [v]
to open {ww.}
opengaan
openvallen

they open
he/she/it will open
they will open

zij gaan open
hij/zij/het zal opengaan
zij zult opengaan
» meer vervoegingen van opengaan

to open, to open up, to clear {ww.}
openen 
openmaken
opendoen

I open
you open
we open

ik open
jij opent
wij openen
» meer vervoegingen van openen

Please open your suitcase.
Koffers openmaken, alstublieft.
Can I open the window?
Mag ik het raam opendoen?
to expound, to open, to unbundle, to unpack, to unwind, to unwrap {ww.}
ontplooien
ontwarren
ontwikkelen
ontvouwen

I open
you open
we open

ik ontplooi
jij ontplooit
wij ontplooien
» meer vervoegingen van ontplooien

to unlock, to open {ww.}
ontsluiten

I open
you open
we open

ik ontsluit
jij ontsluit
wij ontsluiten
» meer vervoegingen van ontsluiten

open, open air, out-of-doors, outdoors {zn.}
buitenlucht [m] (de ~)
to open, to open up {ww.}
opendraaien

I open
you open
we open

ik draai open
jij draait open
wij draaien open
» meer vervoegingen van opendraaien

to open, to open up {ww.}
openstellen

I open
you open
we open

ik stel open
jij stelt open
wij stellen open
» meer vervoegingen van openstellen

to open, to open up {ww.}
uitklappen

I open
you open
we open

ik klap uit
jij klapt uit
wij klappen uit
» meer vervoegingen van uitklappen

to open, to spread, to spread out, to unfold {ww.}
spreiden
uitleggen
uitspreiden

I open
you open
we open

ik spreid
jij spreidt
wij spreiden
» meer vervoegingen van spreiden

to open, to open up {ww.}
ontsluiten

I open
you open
we open

ik ontsluit
jij ontsluit
wij ontsluiten
» meer vervoegingen van ontsluiten

to open, to open up {ww.}
openbreken

I open
you open
we open

ik breek open
jij breekt open
wij breken open
» meer vervoegingen van openbreken

to open, to open up {ww.}
opendraaien

I open
you open
we open

ik draai open
jij draait open
wij draaien open
» meer vervoegingen van opendraaien

to open, to open up {ww.}
opengaan
ontsluiten
openen

I open
you open
we open

ik ontsluit
jij ontsluit
wij ontsluiten
» meer vervoegingen van ontsluiten

to open, to open up {ww.}
openbeuken
openslaan

I open
you open
we open

ik sla open
jij slaat open
wij slaan open
» meer vervoegingen van openslaan

to open, to spread, to spread out, to unfold {ww.}
openvouwen
uitvouwen
ontvouwen

I open
you open
we open

ik vouw open
jij vouwt open
wij vouwen open
» meer vervoegingen van openvouwen

to open, to open up {ww.}
openschuiven

I open
you open
we open

ik schuif open
jij schuift open
wij schuiven open
» meer vervoegingen van openschuiven

to open, to spread, to spread out, to unfold {ww.}
uitslaan

I open
you open
we open

ik sla uit
jij slaat uit
wij slaan uit
» meer vervoegingen van uitslaan


Gerelateerd aan open air

open - open up - clear - expound - unbundle - unpack - unwind - unwrap - unlock - out-of-doors - outdoors - spread - spread out - unfoldair - turn - open - commence - lay - analyse - adapt - affect - unlock - change - move - beat - fold - slide