Vertaling van paid-up

Inhoud:

Engels
Nederlands
even, paid-up, square, quits, acquitted {bn.}
kiet
quitte
to pay {ww.}
salariëren
bezoldigen 

I paid
you paid
he/she/it paid

ik salarieerde
jij salarieerde
hij/zij/het salarieerde
» meer vervoegingen van salariëren

to pay {ww.}
dokken

I paid
you paid
he/she/it paid

ik dokte
jij dokte
hij/zij/het dokte
» meer vervoegingen van dokken

to pay, to ante up {ww.}
betalen 
dokken
storten
uitbetalen
uitkeren
voldoen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik betaalde
jij betaalde
hij/zij/het betaalde
» meer vervoegingen van betalen

to pay {ww.}
dokken
lappen
neertellen
offeren
schokken
betalen
neerleggen
schuiven
uittellen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik dokte
jij dokte
hij/zij/het dokte
» meer vervoegingen van dokken

to pay {ww.}
afbetalen
vereffenen
verrekenen
voldaan
voldoen
afdoen
afrekenen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik betaalde af
jij betaalde af
hij/zij/het betaalde af
» meer vervoegingen van afbetalen

to pay {ww.}
salariëren

I paid
you paid
he/she/it paid

ik salarieerde
jij salarieerde
hij/zij/het salarieerde
» meer vervoegingen van salariëren

to pay {ww.}
opdraaien

I paid
you paid
he/she/it paid

ik draaide op
jij draaide op
hij/zij/het draaide op
» meer vervoegingen van opdraaien

to pay {ww.}
afbetalen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik betaalde af
jij betaalde af
hij/zij/het betaalde af
» meer vervoegingen van afbetalen

to compensate, to make up, to pay, to pay off {ww.}
lonen
renderen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik loonde
jij loonde
hij/zij/het loonde
» meer vervoegingen van lonen

to ante up, to pay, to pay up {ww.}
aanzuiveren

I paid
you paid
he/she/it paid

ik zuiverde aan
jij zuiverde aan
hij/zij/het zuiverde aan
» meer vervoegingen van aanzuiveren

to pay {ww.}
dokken

I paid
you paid
he/she/it paid

ik dokte
jij dokte
hij/zij/het dokte
» meer vervoegingen van dokken

to pay {ww.}
bijstorten

I paid
you paid
he/she/it paid

ik stortte bij
jij stortte bij
hij/zij/het stortte bij
» meer vervoegingen van bijstorten

to compensate, to make up, to pay, to pay off {ww.}
salariëren
bezoldigen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik salarieerde
jij salarieerde
hij/zij/het salarieerde
» meer vervoegingen van salariëren

to pay {ww.}
betalen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik betaalde
jij betaalde
hij/zij/het betaalde
» meer vervoegingen van betalen

They have to pay in advance.
Ze moeten vooraf betalen.
Can I pay a credit card?
Kan ik via creditcard betalen?
to bear, to pay, to yield {ww.}
betalen
verdienen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik betaalde
jij betaalde
hij/zij/het betaalde
» meer vervoegingen van betalen

We always have to pay more.
We moeten altijd meer betalen.
I will pay for it by check.
Ik zal dat betalen met een cheque.
to compensate, to make up, to pay, to pay off {ww.}
bijleggen

I paid
you paid
he/she/it paid

ik legde bij
jij legde bij
hij/zij/het legde bij
» meer vervoegingen van bijleggen


Gerelateerd aan paid-up

even - square - quits - acquitted - pay - ante up - compensate - make up - pay off - pay up - bear - yieldgive - pay - associate - aby - chip in - fill out - lie - transfer