Vertaling van tire

Inhoud:

Engels
Nederlands
to get tired, to tire {ww.}
vermoeid raken

I tire

to bore, to tire, to weary {ww.}
ergeren
tegenstaan
vermoeien
vervelen 

I tire
you tire
we tire

ik erger
jij ergert
wij ergeren
» meer vervoegingen van ergeren

tire, tyre {zn.}
buitenband [m] (de ~)
tire, tyre {zn.}
band [m] (de ~)
luchtband [m] (de ~)
The tire leaks air.
De band is lek.
My bicycle has got a flat tire.
Mijn fiets heeft een lekke band.
to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
verslijten

I tire
you tire
we tire

ik verslijt
jij verslijt
wij verslijten
» meer vervoegingen van verslijten

to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
slijten

I tire
you tire
we tire

ik slijt
jij slijt
wij slijten
» meer vervoegingen van slijten

to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
uitslijten

I tire
you tire
we tire

ik slijt uit
jij slijt uit
wij slijten uit
» meer vervoegingen van uitslijten

to bore, to tire {ww.}
vervelen

I tire
you tire
we tire

ik verveel
jij verveelt
wij vervelen
» meer vervoegingen van vervelen

to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
afpeigeren
afsloven
afbeulen

I tire
you tire
we tire

ik peiger af
jij peigert af
wij peigeren af
» meer vervoegingen van afpeigeren

to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
afslijten

I tire
you tire
we tire

ik slijt af
jij slijt af
wij slijten af
» meer vervoegingen van afslijten

to exhaust, to play out, to run down, to sap, to tire {ww.}
interen

I tire
you tire
we tire

ik teer in
jij teert in
wij teren in
» meer vervoegingen van interen

to exhaust, to play out, to run down, to sap, to tire {ww.}
opgebruiken
opmaken
opdoen

I tire
you tire
we tire

ik gebruik op
jij gebruikt op
wij gebruiken op
» meer vervoegingen van opgebruiken

to fag, to fag out, to fatigue, to jade, to outwear, to tire, to tire out, to wear, to wear down, to wear out, to wear upon, to weary {ww.}
vermoeien
afpeigeren

I tire
you tire
we tire

ik vermoei
jij vermoeit
wij vermoeien
» meer vervoegingen van vermoeien


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The tire leaks air.

De band is lek.

My bicycle has got a flat tire.

Mijn fiets heeft een lekke band.

Can you fix the flat tire now?

Kan je die lekke band nu herstellen?

My bicycle has a punctured tire.

Mijn fiets heeft een lekke band.

Do you have a bucket of water for me by any chance? I have a flat tire.

Heeft u misschien een emmer water voor mij? Ik heb een lekke band.


Gerelateerd aan tire

get tired - bore - weary - tyre - fag - fag out - fatigue - jade - outwear - tire out - wear - wear down - wear out - wear upon - exhausttire - hoop - break - weaken - fag - cause - exert - wear - remove - pass - apply