Vertaling van waren
wij waren
jullie waren
zij waren
we wander
you wander
they wander
» meer vervoegingen van to wander
wij waren
jullie waren
zij waren
we were
you were
they were
» meer vervoegingen van to be
wij waren
jullie waren
zij waren
we ghost
you ghost
they ghost
» meer vervoegingen van to ghost
trade good
commodity
to cost
wij waren
jullie waren
zij waren
we were
you were
they were
» meer vervoegingen van to be
to belong
wij waren
jullie waren
zij waren
we belonged
you belonged
they belonged
» meer vervoegingen van to belong
wij waren
jullie waren
zij waren
we worked
you worked
they worked
» meer vervoegingen van to work
to represent
to make up
to constitute
to comprise
wij waren
jullie waren
zij waren
we were
you were
they were
» meer vervoegingen van to be
to exist
wij waren
jullie waren
zij waren
we were
you were
they were
» meer vervoegingen van to be
wij waren
jullie waren
zij waren
we were
you were
they were
» meer vervoegingen van to be
true
unfeigned
Voorbeelden in zinsverband
Mijn schoolcijfers waren gemiddeld.
My school grades were average.
Haar wangen waren rood.
Her cheeks were red.
Toen waren we jonger.
We were younger then.
We waren vrienden.
We were friends.
Er waren duizenden mensen aanwezig.
Thousands of people were there.
Zij waren geboren in Thailand.
They were born in Thailand.
Vroeger waren we dikke vrienden.
We used to be close friends.
Gisterenavond waren er vijf branden.
There were five fires last night.
Toen waren er nog geen radio's.
There were no radios in those days.
Veel studenten waren afwezig van school.
A great many students were absent from school.
Enkele meisjes waren aan het tennissen.
Some girls were playing tennis.
Omdat al zijn vrienden ook arm waren.
Because all his friends were poor, too.
Er waren geen rozen in de tuin.
There weren't any roses in the garden.
Alle mensen die hier waren, zijn weggegaan.
All the people who were here have left.
De bergen waren overal rondom de stad.
The mountains were all around the city.