Vertaling van aaneensluiten
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
binden, verdichten, aaneensluiten {ww.}
binden
verdichten
aaneensluiten {ww.}
verdichten
aaneensluiten {ww.}
ik zal aaneensluiten
jij zult aaneensluiten
hij/zij/het zal aaneensluiten
ik zal binden
jij zult binden
hij/zij/het zal binden
» meer vervoegingen van binden
verenigen, scharen, aaneensluiten, groeperen {ww.}
verenigen
scharen
aaneensluiten
groeperen {ww.}
scharen
aaneensluiten
groeperen {ww.}
ik zal aaneensluiten
jij zult aaneensluiten
hij/zij/het zal aaneensluiten
ik zal verenigen
jij zult verenigen
hij/zij/het zal verenigen
» meer vervoegingen van verenigen
Deze scharen knippen niet goed.
Deze scharen knippen niet goed.
Hij heeft geprobeerd de verschillende groepen te verenigen.
Hij heeft geprobeerd de verschillende groepen te verenigen.
passen, aansluiten, aaneensluiten {ww.}
passen
aansluiten
aaneensluiten {ww.}
aansluiten
aaneensluiten {ww.}
ik zal aaneensluiten
jij zult aaneensluiten
hij/zij/het zal aaneensluiten
ik zal passen
jij zult passen
hij/zij/het zal passen
» meer vervoegingen van passen
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
Tom wil dit passen.
Tom wil dit passen.
aansluiten, aaneensluiten {ww.}
aansluiten
aaneensluiten {ww.}
aaneensluiten {ww.}
ik zal aaneensluiten
jij zult aaneensluiten
hij/zij/het zal aaneensluiten
ik zal aansluiten
jij zult aansluiten
hij/zij/het zal aansluiten
» meer vervoegingen van aansluiten