Vertaling van afkammen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
afgeven op, afkammen, afbreken {ww.}
afgeven op
afkammen
afbreken {ww.}

ik zal afbreken
jij zult afbreken
hij/zij/het zal afbreken

ik zal afkammen
jij zult afkammen
hij/zij/het zal afkammen
» meer vervoegingen van afkammen

veroordelen, neerhalen, kraken, afkammen, afzeiken, afgeven, afbreken, aantrappen, aanschoppen, afkraken {ww.}
veroordelen
neerhalen
kraken
afkammen
afzeiken
afgeven
afbreken
aantrappen
aanschoppen
afkraken {ww.}

ik zal aanschoppen
ik zou aanschoppen
jij zult aanschoppen

ik zal veroordelen
ik zou veroordelen
jij zult veroordelen
» meer vervoegingen van veroordelen



Gerelateerd aan afkammen

afgeven op - afbreken - veroordelen - neerhalen - kraken - afzeiken - afgeven - aantrappen - aanschoppen - afkrakenbekritiseren