Vertaling van veroordelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
veroordelen {ww.}
veroordelen {ww.}
ik veroordeel
jij veroordeelt
hij/zij/het veroordeelt
ik veroordeel
jij veroordeelt
hij/zij/het veroordeelt
» meer vervoegingen van veroordelen
veroordelen, neerhalen, kraken, afkammen, afzeiken, afgeven, afbreken, aantrappen, aanschoppen, afkraken {ww.}
veroordelen
neerhalen
kraken
afkammen
afzeiken
afgeven
afbreken
aantrappen
aanschoppen
afkraken {ww.}
neerhalen
kraken
afkammen
afzeiken
afgeven
afbreken
aantrappen
aanschoppen
afkraken {ww.}
ik schop aan
jij schopt aan
hij/zij/het schopt aan
ik veroordeel
jij veroordeelt
hij/zij/het veroordeelt
» meer vervoegingen van veroordelen
vonnissen, berechten, veroordelen {ww.}
vonnissen
berechten
veroordelen {ww.}
berechten
veroordelen {ww.}
ik berecht
jij berecht
hij/zij/het berecht
ik vonnis
jij vonnist
hij/zij/het vonnist
» meer vervoegingen van vonnissen
Geen twee keer (vonnissen) over dezelfde zaak
Geen twee keer (vonnissen) over dezelfde zaak