Vertaling van aanschoppen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aanschoppen {ww.}
aanschoppen {ww.}

ik zal aanschoppen
jij zult aanschoppen
hij/zij/het zal aanschoppen

ik zal aanschoppen
jij zult aanschoppen
hij/zij/het zal aanschoppen
» meer vervoegingen van aanschoppen

veroordelen, neerhalen, kraken, afkammen, afzeiken, afgeven, afbreken, aantrappen, aanschoppen, afkraken {ww.}
veroordelen
neerhalen
kraken
afkammen
afzeiken
afgeven
afbreken
aantrappen
aanschoppen
afkraken {ww.}

ik zal aanschoppen
ik zou aanschoppen
jij zult aanschoppen

ik zal veroordelen
ik zou veroordelen
jij zult veroordelen
» meer vervoegingen van veroordelen



Gerelateerd aan aanschoppen

veroordelen - neerhalen - kraken - afkammen - afzeiken - afgeven - afbreken - aantrappen - afkrakenschoppen - bekritiseren