Vertaling van afstemmen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
afstemmen {ww.}
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen
» meer vervoegingen van afstemmen

afstemmen {ww.}
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen
» meer vervoegingen van afstemmen

aanpassen, rijmen, in overeenstemming brengen, afstemmen {ww.}
aanpassen
rijmen
in overeenstemming brengen
afstemmen {ww.}

ik zal aanpassen
jij zult aanpassen
hij/zij/het zal aanpassen

ik zal aanpassen
jij zult aanpassen
hij/zij/het zal aanpassen
» meer vervoegingen van aanpassen

Hij kon zich niet aan nieuwe omstandigheden aanpassen.
Hij kon zich niet aan nieuwe omstandigheden aanpassen.
verwerpen, afstemmen {ww.}
verwerpen
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
ik zou afstemmen
jij zult afstemmen

ik zal verwerpen
ik zou verwerpen
jij zult verwerpen
» meer vervoegingen van verwerpen

stemmen, afstemmen {ww.}
stemmen
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen

ik zal stemmen
jij zult stemmen
hij/zij/het zal stemmen
» meer vervoegingen van stemmen

Voor wie ga je stemmen?
Voor wie ga je stemmen?
In de meeste verkiezingen wint de kandidaat met de meerderheid van de stemmen de verkiezing.
In de meeste verkiezingen wint de kandidaat met de meerderheid van de stemmen de verkiezing.
wegstemmen, afstemmen {ww.}
wegstemmen
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
ik zou afstemmen
jij zult afstemmen

ik zal wegstemmen
ik zou wegstemmen
jij zult wegstemmen
» meer vervoegingen van wegstemmen

rijmen, toesnijden, kortsluiten, afstemmen {ww.}
rijmen
toesnijden
kortsluiten
afstemmen {ww.}

ik zal afstemmen
jij zult afstemmen
hij/zij/het zal afstemmen

ik zal rijmen
jij zult rijmen
hij/zij/het zal rijmen
» meer vervoegingen van rijmen