Vertaling van beginnen met
aanpakken
toetreden
aan komen lopen {ww.}
aanvangen
aanbinden {ww.}
ik bind aan
jij bindt aan
hij/zij/het bindt aan
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
ingaan
aanvangen
aanbreken {ww.}
ik breek aan
jij breekt aan
hij/zij/het breekt aan
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
aanvangen
inzetten {ww.}
ik vang aan
jij vangt aan
hij/zij/het vangt aan
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
starten
aanvangen {ww.}
ik vang aan
jij vangt aan
hij/zij/het vangt aan
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
ik begin
jij begint
hij/zij/het begint
» meer vervoegingen van beginnen
Voorbeelden in zinsverband
Mag ik nu beginnen met eten?
Mag ik nu beginnen met eten?
Laten we beginnen met die vraag.
Laten we beginnen met die vraag.
Mag ik nu beginnen met eten?
Mag ik nu beginnen met eten?