Vertaling van bezopen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
smoordronken, stomdronken, bezopen, straalbezopen {bn.}
smoordronken
stomdronken
bezopen
straalbezopen {bn.}
stomdronken
bezopen
straalbezopen {bn.}
afgeschoten, beschonken, kachel, keil, meloet, sikker, teut, dronken, zat, bezopen, onbekwaam {bn.}
afgeschoten
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
abnormaal, besodemieterd, betoeterd, crazy, dwaas, gaga, geschift, geschuffeld, gesjochten, gestoord, getikt, getroebleerd, halfwijs, inept, kierewiet, kolderiek, krankjorum, lijp, maf, mal, mallotig, mesjokke, toktok, tureluurs, verknipt, zot, achterlijk, gek, mesjoche, bezopen, halfgaar, krankzinnig, geflipt {bn.}
abnormaal
besodemieterd
betoeterd
crazy
dwaas
gaga
geschift
geschuffeld
gesjochten
gestoord
getikt
getroebleerd
halfwijs
inept
kierewiet
kolderiek
krankjorum
lijp
maf
mal
mallotig
mesjokke
toktok
tureluurs
verknipt
zot
achterlijk
gek
mesjoche
bezopen
halfgaar
krankzinnig
geflipt {bn.}
besodemieterd
betoeterd
crazy
dwaas
gaga
geschift
geschuffeld
gesjochten
gestoord
getikt
getroebleerd
halfwijs
inept
kierewiet
kolderiek
krankjorum
lijp
maf
mal
mallotig
mesjokke
toktok
tureluurs
verknipt
zot
achterlijk
gek
mesjoche
bezopen
halfgaar
krankzinnig
geflipt {bn.}