Vertaling van onbekwaam
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
onbekwaam {bn.}
onbekwaam {bn.}
onbekwaam {bn.}
onbekwaam {bn.}
onbekwaam, halfbakken, incapabel, incompetent, onvolwaardig {bn.}
onbekwaam
halfbakken
incapabel
incompetent
onvolwaardig {bn.}
halfbakken
incapabel
incompetent
onvolwaardig {bn.}
afgeschoten, beschonken, kachel, keil, meloet, sikker, teut, dronken, zat, bezopen, onbekwaam {bn.}
afgeschoten
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}