Vertaling van afgeschoten
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
ontladen {ww.}
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
afvuren {ww.}
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
afschieten
flitsen {ww.}
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb geschoten
jij hebt geschoten
hij/zij/het heeft geschoten
» meer vervoegingen van schieten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
ik heb afgeschoten
jij hebt afgeschoten
hij/zij/het heeft afgeschoten
» meer vervoegingen van afschieten
verwerpen {ww.}
ik heb afgeschoten
ik had afgeschoten
ik zal afgeschoten hebben
ik heb afgeschoten
ik had afgeschoten
ik zal afgeschoten hebben
» meer vervoegingen van afschieten