Vertaling van beschonken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
beschonken, dronken, zat {bn.}
beschonken
dronken
zat {bn.}
dronken
zat {bn.}
afgeschoten, beschonken, kachel, keil, meloet, sikker, teut, dronken, zat, bezopen, onbekwaam {bn.}
afgeschoten
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
beschonken
kachel
keil
meloet
sikker
teut
dronken
zat
bezopen
onbekwaam {bn.}
bedenken, begiftigen, beschenken, verblijden {ww.}
bedenken
begiftigen
beschenken
verblijden {ww.}
begiftigen
beschenken
verblijden {ww.}
ik bedacht
jij bedacht
hij/zij/het bedacht
ik bedacht
jij bedacht
hij/zij/het bedacht
» meer vervoegingen van bedenken
Ik kan niks bedenken.
Ik kan niks bedenken.