Vertaling van charter

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
handvest, vrachtcontract, charter [o] {zn.}
handvest
vrachtcontract
charter [o] {zn.}
charter {zn.}
charter {zn.}
charter [m] (de ~) {zn.}
charter [m] (de ~) {zn.}
huren, afhuren, charteren {ww.}
huren
afhuren
charteren {ww.}

ik huur af
jij huurt af
hij/zij/het huurt af

ik huur
jij huurt
hij/zij/het huurt
» meer vervoegingen van huren

Ik moet een kamer huren.
Ik moet een kamer huren.
Ik wilde een bus huren.
Ik wilde een bus huren.
charteren {ww.}
charteren {ww.}

ik charter
jij chartert
hij/zij/het chartert

ik charter
jij chartert
hij/zij/het chartert
» meer vervoegingen van charteren

chartervliegtuig [o] (het ~), charter {zn.}
chartervliegtuig [o] (het ~)
charter {zn.}
oorkonde [m] (de ~), charter [o] (het ~) {zn.}
oorkonde [m] (de ~)
charter [o] (het ~) {zn.}
inleggen, inschakelen, charteren, inspannen, inzetten {ww.}
inleggen
inschakelen
charteren
inspannen
inzetten {ww.}

ik charter
jij chartert
hij/zij/het chartert

ik leg in
jij legt in
hij/zij/het legt in
» meer vervoegingen van inleggen

charteren {ww.}
charteren {ww.}

ik charter
jij chartert
hij/zij/het chartert

ik charter
jij chartert
hij/zij/het chartert
» meer vervoegingen van charteren