Vertaling van dazen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
dazen {bw.}
dazen {bw.}
daas (mv. dazen), versuft {bn.}
daas (mv. dazen)
versuft {bn.}
daas (mv. dazen) [v], paardehorzel, brems [v] {zn.}
daas (mv. dazen) [v]
paardehorzel
brems [v] {zn.}
fantaseren, zwetsen, kletsen, wauwelen, zwammen, raaskallen, razen, ohaën, ouwehoeren, lullen, o.h.-en, leuteren, ijlen, dazen, keutelen, bazelen {ww.}
fantaseren
zwetsen
kletsen
wauwelen
zwammen
raaskallen
razen
ohaën
ouwehoeren
lullen
o.h.-en
leuteren
ijlen
dazen
keutelen
bazelen {ww.}

ik bazel
jij bazelt
hij/zij/het bazelt

ik fantaseer
jij fantaseert
hij/zij/het fantaseert
» meer vervoegingen van fantaseren

beuzelaar, daas [m] (de ~) {zn.}
beuzelaar
daas [m] (de ~) {zn.}
verdwaasd, daas (mv. dazen), verwezen, wezenloos {bn.}
verdwaasd
daas (mv. dazen)
verwezen
wezenloos {bn.}


Gerelateerd aan dazen

daas - versuft - paardehorzel - brems - fantaseren - zwetsen - kletsen - wauwelen - zwammen - raaskallen - razen - ohaën - ouwehoeren - lullen - o.h.-enspreken - ouwehoer - suf