Vertaling van zwammen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zwetsen, zwammen {ww.}
zwetsen
zwammen {ww.}

ik zwam
jij zwamt
hij/zij/het zwamt

ik zwets
jij zwetst
hij/zij/het zwetst
» meer vervoegingen van zwetsen

fantaseren, zwetsen, kletsen, wauwelen, zwammen, raaskallen, razen, ohaën, ouwehoeren, lullen, o.h.-en, leuteren, ijlen, dazen, keutelen, bazelen {ww.}
fantaseren
zwetsen
kletsen
wauwelen
zwammen
raaskallen
razen
ohaën
ouwehoeren
lullen
o.h.-en
leuteren
ijlen
dazen
keutelen
bazelen {ww.}

ik bazel
jij bazelt
hij/zij/het bazelt

ik fantaseer
jij fantaseert
hij/zij/het fantaseert
» meer vervoegingen van fantaseren

zwam [m] (de ~) {zn.}
zwam [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan zwammen

zwetsen - fantaseren - kletsen - wauwelen - raaskallen - razen - ohaën - ouwehoeren - lullen - o.h.-en - leuteren - ijlen - dazen - keutelen - bazelenspreken - schimmel - paddestoel