Vertaling van een moment
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
moment, ogenblik, tel , tijdstip, wip, wijl, oogwenk {zn.}
moment
ogenblik
tel
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
ogenblik
tel
tijdstip
wip
wijl
oogwenk {zn.}
Wacht tot ik tot tien tel.
Wacht tot ik tot tien tel.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
Voor het ogenblik ben ik op dieet.
moment {zn.}
moment {zn.}
Een aardbeving kan elk moment gebeuren.
Een aardbeving kan elk moment gebeuren.
We glimlachten beiden op bijna hetzelfde moment.
We glimlachten beiden op bijna hetzelfde moment.
een moment, even, eventjes {bw.}
een moment
even
eventjes {bw.}
even
eventjes {bw.}
een moment, kort, korte tijd {bw.}
een moment
kort
korte tijd {bw.}
kort
korte tijd {bw.}
een moment, kort, korte tijd {bw.}
een moment
kort
korte tijd {bw.}
kort
korte tijd {bw.}