Vertaling van goedkeuren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
goedkeuring , goedkeuren, instemming, fiat , bijval {zn.}
goedkeuring
goedkeuren
instemming
fiat
bijval {zn.}
goedkeuren
instemming
fiat
bijval {zn.}
Het is me gelukt om de goedkeuring van mijn ouders te krijgen voor mijn huwelijk.
Het is me gelukt om de goedkeuring van mijn ouders te krijgen voor mijn huwelijk.
goedkeuren {ww.}
goedkeuren {ww.}
ik zal goedkeuren
jij zult goedkeuren
hij/zij/het zal goedkeuren
ik zal goedkeuren
jij zult goedkeuren
hij/zij/het zal goedkeuren
» meer vervoegingen van goedkeuren
kloppen, bijeenpassen, rijmen, accorderen, stroken, overeenstemmen, samengaan, het eens zijn, goedkeuren, sanctioneren, goedvinden, fiatteren {ww.}
kloppen
bijeenpassen
rijmen
accorderen
stroken
overeenstemmen
samengaan
het eens zijn
goedkeuren
sanctioneren
goedvinden
fiatteren {ww.}
bijeenpassen
rijmen
accorderen
stroken
overeenstemmen
samengaan
het eens zijn
goedkeuren
sanctioneren
goedvinden
fiatteren {ww.}
ik zal accorderen
jij zult accorderen
hij/zij/het zal accorderen
ik zal kloppen
jij zult kloppen
hij/zij/het zal kloppen
» meer vervoegingen van kloppen
Ik heb een oplossing gevonden, maar ik had ze zo snel, dat ze niet kan kloppen.
Ik heb een oplossing gevonden, maar ik had ze zo snel, dat ze niet kan kloppen.
toestemmen, billijken, goedkeuren, beamen {ww.}
toestemmen
billijken
goedkeuren
beamen {ww.}
billijken
goedkeuren
beamen {ww.}
ik zal beamen
jij zult beamen
hij/zij/het zal beamen
ik zal toestemmen
jij zult toestemmen
hij/zij/het zal toestemmen
» meer vervoegingen van toestemmen
Ik interpreteer je zwijgen als toestemmen.
Ik interpreteer je zwijgen als toestemmen.