Vertaling van katten
blaffen
snibben
sneren
grauwen
bekken
bassen
snauwen {ww.}
ik bas
ik baste
jij bast
ik kat
ik katte
jij kat
» meer vervoegingen van katten
poes {zn.}
poes
dakhaas {zn.}
katje
kattenkop
kattekop {zn.}
grauw
grom
snauw {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Ken heeft twee katten.
Ken heeft twee katten.
Ik heb dertien katten.
Ik heb dertien katten.
Katten dragen geen halsband.
Katten dragen geen halsband.
Ik heb dertien katten.
Ik heb dertien katten.
Katten vangen muizen.
Katten vangen muizen.
Ze houdt van katten.
Ze houdt van katten.
Klabaster en Gizmo zijn katten.
Klabaster en Gizmo zijn katten.
Hou je van zwarte katten?
Hou je van zwarte katten?
Katten zijn niet graag nat.
Katten zijn niet graag nat.
Hij heeft niet graag katten.
Hij heeft niet graag katten.
Al jouw katten zijn grijs.
Al jouw katten zijn grijs.
Katten kunnen in het donker zien.
Katten kunnen in het donker zien.
Katten kunnen zelfs op donkere plaatsen zien.
Katten kunnen zelfs op donkere plaatsen zien.
Ik heb liever katten dan honden.
Ik heb liever katten dan honden.
Gewoonlijk hebben katten een hekel aan honden.
Gewoonlijk hebben katten een hekel aan honden.