Vertaling van kijken
bekijken
kijken naar
blikken
toezien
toekijken
schouwen {ww.}
ik bekijk
jij bekijkt
hij/zij/het bekijkt
ik kijk
jij kijkt
hij/zij/het kijkt
» meer vervoegingen van kijken
gluren {ww.}
ik gluur
jij gluurt
hij/zij/het gluurt
ik kijk
jij kijkt
hij/zij/het kijkt
» meer vervoegingen van kijken
blikken
loeken {ww.}
ik blik
jij blikt
hij/zij/het blikt
ik kijk
jij kijkt
hij/zij/het kijkt
» meer vervoegingen van kijken
bekijken
beschouwen
bezien {ww.}
ik bekijk
jij bekijkt
hij/zij/het bekijkt
ik kijk
jij kijkt
hij/zij/het kijkt
» meer vervoegingen van kijken
ogen
kijken
tonen
eruitzien {ww.}
ik zie eruit
jij ziet eruit
hij/zij/het ziet eruit
ik zie
jij ziet
hij/zij/het ziet
» meer vervoegingen van zien
Voorbeelden in zinsverband
Laten we TV kijken.
Laten we TV kijken.
Ik zou graag tv kijken.
Ik zou graag tv kijken.
Wij kijken alle dagen TV.
Wij kijken alle dagen TV.
Ik ga een horrorfilm kijken.
Ik ga een horrorfilm kijken.
Wil je echt een Franse film kijken?
Wil je echt een Franse film kijken?
De meeste mensen kijken graag televisie.
De meeste mensen kijken graag televisie.
Ik zag hem naar mij kijken.
Ik zag hem naar mij kijken.
Ga eens even kijken wie het is.
Ga eens even kijken wie het is.
Laten we daar later naar kijken.
Laten we daar later naar kijken.
Ik ga naar een griezelfilm kijken.
Ik ga naar een griezelfilm kijken.
Denkt ge dat TV-kijken slecht is voor kinderen?
Denkt ge dat TV-kijken slecht is voor kinderen?
Het is tijd dat je stopt met televisie kijken.
Het is tijd dat je stopt met televisie kijken.
Speel buiten in plaats van televisie te kijken.
Speel buiten in plaats van televisie te kijken.
Nu ga ik naar het nieuws kijken op TV.
Nu ga ik naar het nieuws kijken op TV.
Mijn broer is naar TV aan het kijken.
Mijn broer is naar TV aan het kijken.