Vertaling van knikker
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
knikker {zn.}
knikker {zn.}
knikkeren {ww.}
knikkeren {ww.}
ik knikker
jij knikkert
hij/zij/het knikkert
ik knikker
jij knikkert
hij/zij/het knikkert
» meer vervoegingen van knikkeren
hoofd , kop , test , bol , knikker , kruin, knar, kersepit, kersenpit, kanis , hoofdje, harses, bolletje {zn.}
hoofd
kop
test
bol
knikker
kruin
knar
kersepit
kersenpit
kanis
hoofdje
harses
bolletje {zn.}
kop
test
bol
knikker
kruin
knar
kersepit
kersenpit
kanis
hoofdje
harses
bolletje {zn.}
Kop op!
Kop op!
De aarde is geen volmaakte bol.
De aarde is geen volmaakte bol.
gooien, kwakken, knikkeren, kegelen, lazeren, zwiepen, mikken, donderen, kogelen, kukelen, kieperen, keilen, jenzen, werpen, plompen, flikkeren, bliksemen {ww.}
gooien
kwakken
knikkeren
kegelen
lazeren
zwiepen
mikken
donderen
kogelen
kukelen
kieperen
keilen
jenzen
werpen
plompen
flikkeren
bliksemen {ww.}
kwakken
knikkeren
kegelen
lazeren
zwiepen
mikken
donderen
kogelen
kukelen
kieperen
keilen
jenzen
werpen
plompen
flikkeren
bliksemen {ww.}
ik bliksem
jij bliksemt
hij/zij/het bliksemt
ik gooi
jij gooit
hij/zij/het gooit
» meer vervoegingen van gooien
De jongen vond het leuk om eieren naar mensen te gooien vanuit het raam van zijn flat.
De jongen vond het leuk om eieren naar mensen te gooien vanuit het raam van zijn flat.
knikkeren {ww.}
knikkeren {ww.}
ik knikker
jij knikkert
hij/zij/het knikkert
ik knikker
jij knikkert
hij/zij/het knikkert
» meer vervoegingen van knikkeren