Vertaling van offer

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
offer, offerande, offergave {zn.}
offer
offerande
offergave {zn.}
Ze hebben een geit geslacht als offer voor God.
Ze hebben een geit geslacht als offer voor God.
offer, opoffering [v] {zn.}
offer
opoffering [v] {zn.}
offer, offerande {zn.}
offer
offerande {zn.}
offer [o] (het ~), opoffering [v] (de ~) {zn.}
offer [o] (het ~)
opoffering [v] (de ~) {zn.}
offer {zn.}
offer {zn.}
offer [o] (het ~), offerande [m] (de ~), wijgeschenk, offergave [m] (de ~), hecatombe {zn.}
offer [o] (het ~)
offerande [m] (de ~)
wijgeschenk
offergave [m] (de ~)
hecatombe {zn.}
slachtofferen, offeren {ww.}
slachtofferen
offeren {ww.}

ik offer
jij offert
hij/zij/het offert

ik slachtoffer
jij slachtoffert
hij/zij/het slachtoffert
» meer vervoegingen van slachtofferen

offeren, opofferen {ww.}
offeren
opofferen {ww.}

ik offer
jij offert
hij/zij/het offert

ik offer
jij offert
hij/zij/het offert
» meer vervoegingen van offeren

sacrificeren, offeren, sacrifiëren {ww.}
sacrificeren
offeren
sacrifiëren {ww.}

ik offer
jij offert
hij/zij/het offert

ik sacrificeer
jij sacrificeert
hij/zij/het sacrificeert
» meer vervoegingen van sacrificeren

dokken, lappen, neertellen, offeren, schokken, betalen, neerleggen, schuiven, uittellen {ww.}
dokken
lappen
neertellen
offeren
schokken
betalen
neerleggen
schuiven
uittellen {ww.}

ik betaal
jij betaalt
hij/zij/het betaalt

ik dok
jij dokt
hij/zij/het dokt
» meer vervoegingen van dokken

opofferen, offeren {ww.}
opofferen
offeren {ww.}

ik offer
jij offert
hij/zij/het offert

ik offer op
jij offert op
hij/zij/het offert op
» meer vervoegingen van opofferen