Vertaling van ontsnappen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ontsnappen {ww.}
ontsnappen {ww.}

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

Hij slaagde erin om te ontsnappen.
Hij slaagde erin om te ontsnappen.
Zijn poging tot ontsnappen was geslaagd.
Zijn poging tot ontsnappen was geslaagd.
ontsnappen, ontkomen, ontgaan {ww.}
ontsnappen
ontkomen
ontgaan {ww.}

ik ontga
jij ontgaat
hij/zij/het ontgaat

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

Muammar Kaddifi kon ongedeerd ontkomen.
Muammar Kaddifi kon ongedeerd ontkomen.
Gelukkig zijn ze aan het gevaar ontkomen.
Gelukkig zijn ze aan het gevaar ontkomen.
ontsnappen, doorkomen {ww.}
ontsnappen
doorkomen {ww.}

ik kom door
jij komt door
hij/zij/het komt door

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

Ik denk dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we uit deze gevangenis zullen kunnen ontsnappen.
Ik denk dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we uit deze gevangenis zullen kunnen ontsnappen.
ontsnappen, wegspringen, demarreren {ww.}
ontsnappen
wegspringen
demarreren {ww.}

ik demarreer
jij demarreert
hij/zij/het demarreert

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

ontsnappen, ontvluchten, ontglippen, wegkomen, ontslippen {ww.}
ontsnappen
ontvluchten
ontglippen
wegkomen
ontslippen {ww.}

ik ontglip
jij ontglipt
hij/zij/het ontglipt

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

ontsnappen, ontvallen {ww.}
ontsnappen
ontvallen {ww.}

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

ontsnappen, ontgaan {ww.}
ontsnappen
ontgaan {ww.}

ik ontga
jij ontgaat
hij/zij/het ontgaat

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

ontsnappen, voorbijgaan, ontglippen, ontgaan {ww.}
ontsnappen
voorbijgaan
ontglippen
ontgaan {ww.}

ik ontga
jij ontgaat
hij/zij/het ontgaat

ik ontsnap
jij ontsnapt
hij/zij/het ontsnapt
» meer vervoegingen van ontsnappen

Water kun je drinken, maar je kunt er ook aan voorbijgaan.
Water kun je drinken, maar je kunt er ook aan voorbijgaan.
ontkomen, ontlopen, ontsnappen {ww.}
ontkomen
ontlopen
ontsnappen {ww.}

ik ontkom
jij ontkomt
hij/zij/het ontkomt

ik ontkom
jij ontkomt
hij/zij/het ontkomt
» meer vervoegingen van ontkomen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hij slaagde erin om te ontsnappen.

Hij slaagde erin om te ontsnappen.

Zijn poging tot ontsnappen was geslaagd.

Zijn poging tot ontsnappen was geslaagd.

Ik denk dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we uit deze gevangenis zullen kunnen ontsnappen.

Ik denk dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we uit deze gevangenis zullen kunnen ontsnappen.